Reeen hebben een voorkeur voor parklandschappen en bebost gebied, afgewisseld met akkers en weilanden. De boszomen zijn favoriet vanwege de voedselsituatie en als vluchtmogelijkheid.
De ree leeft echter ook in open landschappen zoals landbouwakkers. Het gevaar is vanaf grote afstand zichtbaar. Als dekking kunnen de gewassen zoals bieten en bijvb. graan dienen.
Als slaapplaats schrapen reeën 40 tot 60 cm grote, ovaalvormige ondiepe legers in de bodem van het bos.
De grootte van hun leefgebied is variabel en kan enige honderden hectaren beslaan. Het territorium van een bok is meestal 12 tot 15 hectare groot. De grens word vaak gevormd door natuurlijke afscheidingen(sloten, landwegen etc.).
Reeen zijn uitermate fijnproevers. Ze eten energierijke en licht verteerbare kost zoals kruiden, grassen, knoppen en loten van struik of boom. Maar ook landbouwgewassen zoals bieten en aardappelen. In de winter eten ze ook klimop en eenjarige twijgen.
In Nederland is de soort in 100 jaar tijd over praktisch het hele land verspreid. Op de Waddeneilanden komt de soort alleen op Ameland voor.
Reeën vallen in Nederland onder het bejaagbare wild maar het afschot is aan vergunningen verbonden.
Veel reeën komen om in het verkeer. Ze worden vaak opgejaagd en verontrust door niet aangelijnde honden.
