De molletjes zijn in hun zesde maand al flink gegroeid. Ze vergroten de eigen tunnel en gaan door met het zoeken naar wormen en larven. Als de tunnel flink lang is zullen er veel wormen in vallen. Het lukt steeds beter, ze zijn al flinke mollen geworden. Als het geregend heeft gaan de oude mollen en ook de jongen ’s nachts wel eens buiten kijken, want dan zijn de wormen en emelten ook boven de grond. Dan zijn er ook veel slakken. Eten genoeg dus. Boven de grond moeten ze oppassen dat ze niet gepakt worden door uilen, buizerds, kraaien, reigers en vossen en katten. Ook honden bijten mollen dood maar ze eten ze niet op. De oude mollen, mannetjes en vrouwtjes, leven ieder voor zich in hun eigen lange tunnel van wel 100, 150 tot 200 meter. Ze eten en slapen.
Werkers:
|
Johan Hoving Jeanet Faber |
Remo Sloof Klaas Steenbergen |
|
André Eijkenaar |
|