De jonge molletjes zijn in hun vijfde maand. Ze graven een eigen tunnel en zoeken dan naar wormen en larven. Soms lukt het meteen. Als je snel kunt graven en een lange tunnel kunt maken, waar veel wormen in vallen, heb je veel te eten. Het lukt steeds beter om genoeg wormen en emelten (larven van de lagpootmug) te vangen in de tunnel. Als het geregend heeft gaan de oude mollen en ook de jongen ’s nachts wel eens buiten kijken, want dan zijn de wormen en emelten ook boven de grond. Dan zijn er ook veel slakken. Eten genoeg dus. Boven de grond moeten ze oppassen dat ze niet gepakt worden door uilen, buizerds, kraaien, reigers en vossen en katten. Ook honden bijten mollen dood maar ze eten ze niet op.
Werkers:
|
Johan Hoving Jeanet Faber |
Remo Sloof Klaas Steenbergen |
|
André Eijkenaar |
|