Nu de jonge molletjes twee maand oud zijn mogen ze met hun moeder voor het eerst mee om in haar tunnels wormen en larven te zoeken. Die mogen ze dan zelf opeten. Tot op een dag de moeder zegt; nu wegwezen jullie: ik wil jullie nooit mee zien. De jonge molletjes gaan nu zelf op pad. Ze graven een eigen tunnel en zoeken dan naar wormen en larven. Soms lukt het meteen omdat het molletje snel kan graven en een lange tunnel kunt maken waar veel wormen in vallen. Vaak lukt het niet en sterft het molletje van de honger. Maar ook grote mollen sterven vaak te vroeg. Mollen gaan graag naar buiten als het geregend heeft. Dan lopen er overal slakken rond en die smaken heerlijk. Ze moeten echter wel oppassen, want anders worden ze gepakt door uilen, buizerds, kraaien, reigers, vossen en/of katten. Ook honden bijten mollen dood, maar ze eten ze niet op.
Werkers:
|
Johan Hoving Jeanet Faber |
Remo Sloof Klaas Steenbergen |
|
André Eijkenaar |
|