Zes weken geven de tepels aan de buik van de moeder volop melk om op te zuigen. De jonge molletjes zuigen en slapen en zuigen en slapen. Ze groeien groter en groter. Ze blijven dicht tegen de warme buik van de moeder aan, dicht ook tegen elkaar, om warm te blijven. Ze krijgen al haartjes en de ogen gaan bijna open, al zullen ze er nooit echt iets mee kunnen zien. Dat het licht is of donker: dat is alles. Ze hoeven ook niks te zien in de donkere tunnels. Wat ze nodig hebben (regenwormen en larven) vinden ze ruikend met hun neus. Mollen gaan graag naar buiten als het geregend heeft. Dan lopen er overal slakken rond en die smaken heerlijk. Ze moeten echter wel oppassen, want anders worden ze gepakt door uilen, buizerds, kraaien, reigers, vossen en/of katten. Ook honden bijten mollen dood, maar ze eten ze niet op.
Instructies
VOORWERK
* Lees wat er geschreven staat over de mol in april.
* Zoek zelf waar de mollen te zien zijn (dichtbij de school).
* Lees even de algemene informatie over de plek waar je heen gaat.
* Fiets even zelf langs de locatie waar je heen denkt te gaan. Zie je de gekozen dieren? Bekijk de situatie voor groep.
* In de klas ga je vertellen over de gekozen dierenpopulatie wat er te weten valt van de gekozen dierenpopulatie (hou het kort). Het nieuwe van OOBO is dat je die dieren echt gaat zien, ontmoeten! Je brengt deze dieren in het leven van je JM.
* In de klas instrueer de JM hoe ze zich ter plekke in de natuurplek moeten gedragen.
Groepen 1 t/m 8: stil, rustig (ogendicht; naar de vogels luisteren en kijken); langzaam bewegen/ stilstaan/ kijken/ bekijken.
UITVOERING
* Zie de molshopen met z'n allen: De JM gaan de molshopen tellen, iedereen telt en schrijft het aantal op zijn papiertje.
* Een jongen loopt van molshoop naar molshoop en iedereen telt zijn stappen.
(op school uitzoeken hoeveel meter dat is: opschrijven op het broekzakpapiertje.)
* Daarna mag ieder bij een van de molshopen gaan staan. Ieder meet hoe breed de molshoop is en hoe hoog dat deze is. (maattouwtje) Opschrijven op papiertje in de broekzak. Daar moeten ook alvast opmerkingen opgeschreven worden.
* Nu mag ieder JM (met z'n tweeën een molshoop met de handen van bovenaf opengraven tot de tunnel te zien is; dan met de hand erin en voelen hoe groot de doorgang is; en hoe diep deze ligt onder het oppervlak. (opschrijven op het broekzakpapiertje) Daarna de molshoop weer netjes opbouwen.
* (eventueel een foto maken om in de klas verder te bekijken en naar de OOBO-site te sturen.)
* Rustig terug naar school.
NAWERK
* Onderling nagesprek in de klas met de hele groep, met ruimte voor meervoudige intelligentie, jongens meisjes, leeftijd, interesses, karakters. Iedere JM krijgt ruimte om actief deel te nemen aan het nagesprek, niet alleen de praatjesmakers.
N.B. dit onderling gesprek is uiterst belangrijk voor iedereen: moet vooral de dieren-LP betreffen,het is een super-taalles (CITO).
VERSLAG (SCHRIFT EN SITE)
* In het OOBO-schrift doet elke JM persoonlijk verslag doen. Prijs elke poging, het is geen competitie.
* Schrift meegeven voor de ouders; thuis eventueel verslag afmaken en mooier maken.
* Juf meester doet verslag in de OOBO-site over de buitenactiviteit en lucht haar hart, positief/negatief. (geef adviezen aan de OOBO-mensen). Graag Foto's erbij zetten; ca 1 minuut- camcorderfilmpje voor de openingspagina en de schatkamer.
Werkers:
|
Johan Hoving Jeanet Faber |
Remo Sloof Klaas Steenbergen |
|
André Eijkenaar |
|