In de winter, als het hard en diep vriest, maakt de mol dieperliggende tunnels op wel 50 tot 60 centimeter diepte. De wormen zijn ook in de diepte gegaan vanwege de koude dus om te kunnen eten moet de mol ook wel dieper graven. De mol houdt geen winterslaap. De jonge molletjes zijn nu zo'n negende maand. Ze vergroten hun eigen tunnel en zoeken dan naar wormen en larven. Het zijn nu al bijna-volwassen mollen geworden en heel handig in het graven van gangen waarin genoeg wormen en emelten (larven van de langpootmug) vallen.
Werkers:
|
Johan Hoving Jeanet Faber |
Remo Sloof Klaas Steenbergen |
|
André Eijkenaar |
|