Het eigene van bladluizen is hun zeer teer mini-insect-zijn. Mini-insecten die, maand na maand kunnen leven door steeds te beschikken over zachte plantenstengels waarin ze met hun bescheiden snavels het floëem kunnen bereiken. Dit nemen ze in, om zichzelf mee te voeden. Door zich te voeden kunnen ze ook zorgen voor 'kinderen', nakomelingen. Hun 'probleem' is dat de gastplanten (waardplanten), die vanaf de lente eerst zacht en doordringbaar zijn, verharden en dan moeten de bladluizen verhuizen naar andere planten. Ze gaan dan op zoek naar planten die in de volgende maand, maanden, zacht en doordringbaar zijn, et cetera. Tot, in de herfst, het onmogelijk wordt nog bruikbare zachte gastplanten te vinden. Dan worden gevleugelde bladluisvrouwtjes 'geboren'.
Kijk voor meer informatie op wikipedia
