In de omgeving van het water, op de kant, leven nu de kleinste kikkertjes (die nu al flink groter zijn dan twee maanden geleden) en de kikkers van het vorig jaar en het jaar daarvoor. Hun leven bestaat uit wachten op voorbijvliegende, neerdalende of voorbijlopende insecten. Deze worden snel gegrepen met tong en mond en heelhuids doorgeslikt. De kikkers eten alles wat voor de voeten komt. Het aanbod is per maand en per jaar verschillend. Wanneer er veel insecten zijn, zullen er ook veel goedgroeiende kikvorsen zijn. Predatoren zijn vooral reigers, vossen en snoeken. Kikkers zijn zich wel bewust van elkaar. De mannetjes kwaken het hele jaar door om elke andere kikker te laten weten dat ze er zijn. Een plons van de een geeft meteen aan alle anderen in de buurt het signaal: gevaar dreigt.
Werkers:
|
Johan Hoving Jeanet Faber |
Remo Sloof Klaas Steenbergen |
|
André Eijkenaar |
|